Ik ben in 1992 afgestudeerd in de Biologie (vrij doctorale richting) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De eerste twee jaar en een paar maanden van het derde jaar volgde ik college en deed ik prakticum op het Biologisch Centrum. Van het determineren van planten en ethologie, tot Biochemie, Moleculaire en Cel-Biologie, Neurologie, Biofysica, om een paar dingen te noemen. Tevens maakten we uitstapjes naar de faculteiten Natuurkunde en Wiskunde.
Het laatste gedeelte van mijn studie volgde ik bij de IVEM (Interfacultaire Vakgroep Energie en Milieukunde). Via de IVEM volgde ik college bij allerlei faculteiten: Sociale Geografie, Recht, Psychologie en Economie.
Mijn afstudeeronderzoek bij de IVEM betrof het maken van een energie-balans van de opwekking van kernenergie. Ik probeerde in kaart te brengen hoeveel energie het kost om kernenergie op te wekken, waarbij ik alles erin betrok, van het delven van de uranium tot het verwerken van de afval.
Hierbij maakte ik scenario's voor de nabije toekomst om een beeld te krijgen van het verloop hiervan. Dit was een literatuurstudie.
Ik heb daarna nog twee jaar onderzoek gedaan als milieuwetenschapper aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ik deed toen hetzelfde maar dan ook voor kolen- en gasenergie.
Mijn begeleider was Wouter Biesiot. Aan het hoofd van de IVEM stond Prof. Ton Schoot Uiterkamp.
Het onderzoek werd gefinancierd door, als ik me goed herinner, het ministerie van VROM, en het ECN te Petten.
De eerste jaren van mijn studie waren meer Biologisch van aard. Ik zal nooit de excursies en de praktica vergeten. Ook toen hield ik me al bezig met energie-balansen.
Zo heb ik eens de energie-balans van een gans opgesteld: door te meten wat de gans at en wat de gans uitpoepte waren we in staat berekeningen te maken betreffende het energie huishouden van de gans.
In de praktijk kwam het er op neer dat we een hele middag achter een hekje zaten te turven hoe vaak de gans zat te poepen en hoe lang de gans zat te eten. Daarna werden deze gegevens wetenschappelijk verwerkt natuurlijk.
Ook die middag dat we slakken moesten vinden met rechtsdraaiende huisjes zal ik niet licht vergeten. Het was kennelijk een jaar waarin de linksdraaiende slakken het aanzienlijk beter deden. Of die dag dat we een excursie hadden naar een moerassig nabijgelegen gebied.
's Avonds bleek mijn linkervoet zodanig opgezwollen te zijn door de muggebeten dat ik aan een penicilinekuur moest geloven.
Maar we hielden ons ook met nieuwere zaken bezig, zoals het knutselen met DNA. Ook dat heb ik gedaan. Ik zie mezelf nog een reageerbuis omhoog houden waarin een witte string zichtbaar werd, hoe en wat dat weet ik niet precies meer.
Hoewel ik grote problemen met mijn studie had, heb ik de allerbeste herinneringen aan de colleges Evertebraten van professor Videler (lees en kijk hier over hem). Hij vertelde over zijn duik-ontmoeting met een inktvis (die erg nieuwsgierig was naar zijn duikmes), en over het feit dat een deel van zijn onderzoek door een baggermaatschappij werd gefinancierd, omdat ze wilden weten hoe het schraapmechanisme van een bepaalde mossel werkte. Ook deed hij onderzoek naar micro-turbulentie bij zwaardwalvissen, en werd daarom ooit eens uitgenodigd door een vliegtuigbouwer (aerodynamica).
Hij had zijn tuin in een vijfhoek aangelegd omdat hij zo wilde ontdekken wat het voordeel was van de vijfhoek in de natuur. Ooit wilde hij zijn hele huis in een vijfhoek laten ontwerpen.